groen Ispanų
3 vertimai
| Vertimas | Kontekstas | Garsas |
|---|---|---|
|
dažnas
🇳🇱 De bladeren zijn groen.
🇪🇸 Las hojas son verdes.
🇳🇱 Hij droeg een groen shirt.
🇪🇸 Él llevaba una camisa verde.
🇳🇱 De tuin is heel groen in de lente.
🇪🇸 El jardín está muy verde en primavera.
|
kasdienis vartojimas | |
|
techninis
🇳🇱 We moeten meer groene energie gebruiken.
🇪🇸 Debemos usar más energía ecológica.
🇳🇱 Groene producten zijn beter voor het milieu.
🇪🇸 Los productos ecológicos son mejores para el medio ambiente.
|
techninis | |
|
bendrinis
🇳🇱 Hij is nog groen in zijn nieuwe baan.
🇪🇸 Él es aún novato en su nuevo trabajo.
🇳🇱 Ze is groen als het gaat om autorijden.
🇪🇸 Ella es novata cuando se trata de conducir.
|
bendrinis |